Naar inhoud

Behandeling sportletsels

Beweeglijk maar fragiel

De elleboog is een beweeglijk maar kwetsbaar en complex gewricht. Meer nog, de elleboog bestaat uit drie verschillende gewrichten: een gewricht tussen de ellepijp en bovenarm, één tussen het spaakbeen en de bovenarm en een laatste tussen het spaakbeen en ellepijp. De elleboog is dus een scharniergewricht. Er komen veel spieren en pezen samen die buig- en strekbewegingen van de arm mogelijk maken. Een sporter die ten val komt, kan de elleboog ontwrichten of een fractuur oplopen. Maar ook overbelasting van de elleboog door intensief sporten komt vaak voor bij sporters.

Hier wordt kort ingegaan op een paar veelvoorkomende sportletsels van de elleboog: de tennis- en golfelleboog en de elleboogfractuur. Heb je last van een ander elleboogletsel? Raadpleeg dan je arts voor een diagnose en aangepaste behandeling.

  

Tenniselleboog en golfelleboog

Wie sportletsel en elleboog in één zin zegt, denkt ongetwijfeld meteen aan een tenniselleboog. Een tenniselleboog is een veelvoorkomende peesontsteking die het gevolg is van overbelasting van de strekspieren in de onderarm. Het is een blessure waarmee veel tennissers te maken krijgen, vandaar de naam uiteraard. Toch kan om het even wie de elleboog vaak gebogen houdt en tegelijk een grijpbeweging met de hand en een draaibeweging met de onderarm maakt, last krijgen van een tenniselleboog. Dus ook als je van kanoën, badminton of bowlen houdt, heb je meer kans om een tenniselleboog op te lopen.

Een tenniselleboog is meestal het gevolg van langdurige overbelasting, bijvoorbeeld door het eenzijdig en herhaaldelijk maken van een bepaalde beweging of door het te snel opvoeren van de sportbelasting. Wie last heeft van een tenniselleboog, heeft vaak pijn aan de buitenzijde van de elleboog ter hoogte van de aanhechting van de strekspieren. Bij het tennissen manifesteert die pijn zich vooral bij het slaan van de backhand en de service. De pijn kan naar boven en beneden uitstralen. Daarom klagen veel sporters ook van pijn in de bovenarm, schouder, pols en handpalm. Na een tijdje verergert de pijn vaak en worden ook eenvoudige hef- en draaibewegingen, zoals een hand geven, een doek uitwringen of deur openen, steeds lastiger.

Een gelijkaardige ontsteking die minder vaak voorkomt is de golfelleboog. Daarbij ontsteken de pezen van de buigspieren aan de binnenzijde van de elleboog. De symptomen zijn genoeg dezelfde als bij een tenniselleboog. Ook een golfelleboog ontstaat door overbelasting. Doorgaans is de overbelasting minder dan bij een tenniselleboog en daardoor geneest een golfelleboog meestal sneller.

  

Elleboogfractuur

Val je tijdens het sporten op het puntje van de elleboog, dan is de kans groot dat je daar een breuk aan overhoudt. In de elleboog komen de beenderen van de boven- en onderarm samen, en elk van die beenderen kunnen breken. Toch komt een breuk het vaakst voor in het opperarmbeen omdat dat been het dunst en meest breekbaar is. Vanuit de elleboog vertrekken heel wat belangrijke zenuwen naar de onderarm en hand. Bij ernstige elleboogfracturen kunnen de zenuwen en de bloedvaten rond het ellebooggewricht beschadigd geraken. In het slechtste geval leidt dit tot uitvalsverschijnselen. Als je een elleboogfractuur oploopt, heb je meestal onmiddellijk hevige pijn en kan je de elleboog nog nauwelijks bewegen. Je raadpleegt best je arts, want vooral bij complexe breuken is het belangrijk om de juiste behandeling te kiezen.